Meikyu
Betreed de kerker

De bewonersgids

Zes pogingen om de opstelling te kraken.Een verdieping opgelost, een verdieping dieper.

De licht slapende verzamelaar (Draak) Draak
De koning met de lange titels (Koning) Koning
De geschrapte hofmagiër (Dodenbezweerder) Dodenbezweerder
De honderdjarige beloning (Graal) Graal

Het Hof

Hier beneden is een titel ook een wapen.

De koning met de lange titels (Koning) Koning
Het gezichtloze schild (Ridder) Ridder
Driemaal verbannen (Bard) Bard
De kroon zonder meester (Kroon) Kroon

1 / 4

De Kerk

Zoveel te zuiveren, zo weinig wijwater.

De kralenteller (Priesteres) Priesteres
De doodgraver (Paladijn) Paladijn
De honderdjarige beloning (Graal) Graal

1 / 3

De Huurlingen

Eer betaalt de rekening niet.

De jager uit het Noorderwoud (Boogschutter) Boogschutter
De arcane assistent (Magiër) Magiër
De schaduw van de kade (Dievegge) Dievegge
De krijgszanger van het sneeuwveld (Barbaar) Barbaar
De steenspreker (Dwergmijnwerker) Dwergmijnwerker

1 / 5

De Ondoden

De dood is niet het einde. Het is een aanstelling.

De heer van de oude stempel (Vampier) Vampier
De geschrapte hofmagiër (Dodenbezweerder) Dodenbezweerder
De wegvergeter (Zombie) Zombie
De oudste bewoner (Skelet) Skelet
De wegvolger (Geest) Geest
De zangeres van de nachtwake (Banshee) Banshee
De smetteloze huurder (Doodskist) Doodskist

1 / 7

De Wildernis

De kerker nam ze op, maar beveelt ze niet.

De gevangene van de kalender (Weerwolf) Weerwolf
De kruidenvrouw aan de rand (Heks) Heks
De dierenspreker (Druïde) Druïde
Het oor aan het plafond (Vleermuis) Vleermuis
De webwever (Reuzenspin) Reuzenspin
Het niet weg te snijden probleem (Slijm) Slijm
Onverklaarde verliezen (Reuzenrat) Reuzenrat

1 / 7

Het Hol

Helemaal onderin slaapt een verzamelaar. De buren weten beter.

De licht slapende verzamelaar (Draak) Draak
De zelfbenoemde drakenverwant (Kobold) Kobold
Driehonderd jaar geduld (Waterspuwer) Waterspuwer
De wegbereider (Ork) Ork
De geleende moed (Goblin) Goblin

1 / 5

De Schatkamer

Sommige schatten wachten op een eigenaar. Andere op een prooi.

De man die kruisjes tekent (Schatzoeker) Schatzoeker
Het ongeopende geluk (Schatkist) Schatkist
Verdwaald in de rol (Nabootser) Nabootser
De kieskeurige sleutel (Sleutel) Sleutel
Het verraderlijke gerinkel (Goudmunten) Goudmunten

1 / 5

Over de bewonersgids

Zesendertig bewoners die vroeg of laat in een opstelling verschijnen. Ieder heeft een gezicht, een titel en een geschiedenis: wie ze voor de afdaling waren en wie je nu op een verdieping ontmoet.

Je kunt spelen zonder te lezen. Maar langzaam worden vijf namen vijf bekenden. Hun gewoonten laten sporen na in de dossiers, zonder als kant-en-klare regels op papier te staan.

Zeven facties geven de diepte haar eigen orde.

Het Hof
Het hof viel uiteen; zijn gewoonten daalden mee af. Munten worden nog geteld, posten bewaakt, verbanningsliederen gezongen. Een titel levert hier geen loon op en heeft toch gewicht. De kroon zonder eigenaar overleefde iedereen die haar ooit droeg.
De Kerk
Drie mensen, één reliek en een eindeloze taak. De priesteres rantsoeneert haar wijwater. De doodgraver draagt verband voor levenden en een laatste reis voor doden: allebei voor anderen. De honderd jaar oude oproep over het reliek zegt nog steeds ‘terughalen’. Niemand durft ‘in beslag nemen’ te schrijven.
De Huurlingen
Vijf mensen, vijf kasboeken. Eén spaart voor het schoolgeld van haar zus, één voor voetnoten, één noemt diefstal vroeg erven. De echte veteraan is de mijnwerker. De anderen tellen de opbrengst van de reis; hij vraagt zich af of de steen van deze verdieping hem nog kent.
De Ondoden
De grootste factie en de enige die nog mensen aanneemt. De dodenbezweerder noemt het werving en pakt meer registers dan proviand. Niemand vraagt het de nieuwelingen: de meesten weten hun naam niet meer. Eén loopt steeds door dezelfde gang, wachtend om herkend te worden.
De Wildernis
Niemand stuurde ze. Ze kwamen zelf. De kruidenvrouw handelt met beide kanten: levenden kopen middelen, doden worden voorraad. De dierenspreker gebruikt zelden mensentalen. De rest onderhandelt niet. Die aan het plafond neemt mee wat hij hoort; die met het web weeft waar jij de terugweg al bent vergeten.
Het Hol
Of het wezen onderin slaapt, is onbekend: wie het controleerde kwam niet terug om te getuigen. De buren vonden hun eigen regelingen. Eén tekende zijn stamboom, één bewoog driehonderd jaar niet, één ramt gewoon de deur. Hier beneden is beter weten geen beleefdheid. Het is anciënniteit.
De Schatkamer
Alles wat het meenemen waard is ligt hier, plus iets dat liever jou houdt. Oude rotten kloppen driemaal voor ze openen: ze luisteren naar de echo, het is geen ritueel. Het stro in de beurs van een huurling is geen kussen. In de diepte is muntgerinkel een namenlijst die wordt afgeroepen.